spot-on: De Rietveld huizen

De woningen aan de Generaal van der Plaatstraat in Breda staan lokaal bekend als “de Rietveld huizen”. Dat is raar. Ze zijn niet door Gerrit Rietveld ontworpen en hebben wat mij betreft ook weinig met zijn architectuur te maken. Dat er ook drie “echte Rietvelds” in Breda staan is minder bekend.

Generaal van de Plaatstraat 1 t/m 9 - architect Frans Mol - Rijksmonumenten

Generaal van de Plaatstraat 1 t/m 9 – architect Frans Mol – Rijksmonumenten

Als we het hebben over een jaren-dertig-woning dan heeft iedereen daar een beeld bij. We denken aan een woning in rode baksteen, een schilddak met zwarte pannen en grote dakoverstekken, glas-in-lood ramen, kamer-en-suite: kortom het Traditionalisme. Maar in de jaren 30 van de vorige eeuw is nog veel meer gebouwd dan dat, ook door Nederlandse architecten. Architecten als Gerrit Rietveld, J.J.P. Oud, Mart Stam en Jan Duiker probeerden het maximale te halen uit de nieuwe bouwmaterialen beton, staal en glas. Ze vormden onderdeel van de internationale voorhoede in de architectuur, verbonden aan het Bauhaus, het CIAM en andere instituten. De verzamelnaam voor de diverse nieuwe stromingen in de architectuur en de stedebouw van de jaren 20 tot de jaren 60 is Het Nieuwe Bouwen.

De woningen van architect Frans Mol kunnen zeker gezien worden als representant van Het Nieuwe Bouwen. Er zijn ramen en deuren met ranke staalprofielen gebruikt, de gevels zijn wit gestuukt, de woningen hebben een plat dak en er is gespeeld met volumes waardoor balkons en erkers ontstaan. Dat zijn kernmerken van Het Nieuwe Bouwen.

Mol huizen - zicht vanaf de Boeimeersingel

Mol huizen - zicht vanaf Julianalaan

Of Rietveld nou de aangewezen architect is om naar te verwijzen, daar heb ik mijn twijfels bij. Rietveld was oorspronkelijk meubelmaker. In zijn architectuur is de functionaliteit van het interieur minstens zo belangrijk als dat van het exterieur. En daar gaat de vergelijking meteen mank. Mol heeft eigenlijk een moderne jas om een traditioneel huis gedrapeerd. In het interieur was destijds weinig moderniteit te ontdekken, niet qua functionaliteit en ook niet in de materiaalkeuzes. Als we alleen af gaan op het exterieur dan zie ik verwantschap met Le Corbusier. Het deconstructivisme van Rietveld vind ik er niet in terug. Maar bovenal is het de architectuur van Mol, die een voor de tijd gewaagd ontwerp heeft gemaakt op een mooie en zichtbare locatie in zijn stad.

Er staan drie woningen in Breda die door Gerrit Rietveld zijn ontworpen. Twee ervan zijn gebouwd begin jaren 30 aan het Montenspark. Zowel de woning Nuyens als de woning Klep zijn op zeker moment verbouwd. Daar is – vind ik althans – niets mis mee. Per slot van rekening is een woning bedoeld om in te wonen. Wonen is een werkwoord, het geeft een activiteit aan. Hoe we over wonen denken verandert per periode en is vooral sterk afhankelijk van de wensen en de gedragingen van de bewoner. Als je van een woning een monument maakt, dan wordt de mogelijkheid om mee te groeien met veranderend gebruik sterk beperkt. Dan wordt een woning al snel een museum, zoals Huis Sonneveld in Rotterdam van de architecten Brinkman en Van der Vlugt. Het is prachtig om op deze plek terug in de tijd te kunnen gaan. Niet elk architectonisch werk van waarde hoeft bevroren te worden om de kwaliteit ervan te behouden. Dat bewijst de interessante uitbreiding aan het Van Gogh museum van de Japanse architect Kisho Kurokawa. Wie de essentie van de ideeën van Gerrit Rietveld wil leren kennen kan het Schröderhuis in Utrecht bezoeken, het Rietveld paviljoen van Museum Kröller-Müller in Otterlo of  de oudbouw van het al genoemde Van Gogh museum in Amsterdam.

Als iemand een uitbreiding maakt aan een woning van monumentale kwaliteit brengt dat een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De uitspraak van Lucebert “Alles van waarde is weerloos” geldt ook voor goede architectuur: het is heel makkelijk kapot te krijgen. Er zijn vele aspecten waarop het mis kan lopen. Het ritme in de bestaande gevel kan verstoord worden door de uitbreiding. Of de keuze van bouwmaterialen sluit niet aan bij het bestaande. Proporties van het gebouw kunnen uit balans raken door de toevoeging. Het ontwerp van de uitbreiding vraagt bovenal om een heldere stellingname: conformeert de uitbreiding zich aan het bestaande of vormt het daarmee een contrast? Het ene is niet per definitie te verkiezen boven het andere. Maar onduidelijkheid op dit punt levert altijd ongelukken op.

De woningen aan het Montenspark zijn zeer interessant voor studenten architectuur. Alle elementen waarop een uitbreiding de oorspronkelijke architectuur kapot kan maken zijn er te ontdekken. De vraag blijft of de architectuur van Rietveld krachtig genoeg is om desondanks overeind te blijven. En of een recente gevelverbetering de schade uit de jaren 70 en daarna voldoende heeft verzacht.

woonhuis Nuyens - architect Gerrit Rietveld - 1932-1933 - Rijksmonument

woonhuis Klep - architect Gerrit Rietveld - 1931-1932 - Rijksmonument

Woonhuis Klep - architect Gerrit Rietveld - Rijksmonument

De derde Rietveld staat een stukje verderop aan de rand van het Mastbos, langs de Overaseweg. Het valt niet erg op, je rijdt er gemakkelijk aan voorbij. Woonhuis Verpaalen uit de jaren 60 is wat verwaarloosd, een triest gezicht. Rietveld heeft de woning niet kunnen afmaken. In 1964, net voor het gereedkomen van de woning overleed hij.

woonhuis Verpaalen - architect Gerrit Rietveld - 1960-1964 - geen status

Waarom spreekt de Bredanaar bij de woningen van Frans Mol aan de Generaal van der Plaatstraat over Rietveld Huizen? Omdat hij maar liever zwijgt over de “echte Rietvelds”?

deze blog is eerder gepubliceerd op https://franktoeset.wordpress.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *