Breda groene Lobbenstad

Breda, stad in beweging

Groei in de vorige twee eeuwen

De ontwikkeling van de stad Breda is tot 1839 vrij eenvoudig te verklaren vanuit militaire doelstellingen. De kleine vestingstad is verschillende malen concentrisch gegroeid, gebruik makend van weer nieuwe technieken in het buiten houden van de vijand. Sinds de ontmanteling van de vestingwerken heeft de stad een andere dynamiek gekregen. Van Gendt heeft met zijn plan van uitleg een structuur kunnen bedenken voor de stad als geheel. Hij reserveerde veel ruimte voor parken, singels en lanen en liet grote delen leeg voor Defensie. In de 20e eeuw trekt de bedrijvigheid en de industrie naar de zone langs het spoor en langs de noordelijke loop van de Mark. Door annexatie van omringende dorpen neemt het grondoppervlak van de stad Breda fors toe. De oude stad groeit naar de omringende dorpskernen toe. Aan de noordkant worden nieuwe, op zichzelf staande wijken toegevoegd: Hoge Vucht en Haagse Beemden.

Groei in deze eeuw

 

De stedelijke structuur van Breda is sinds 2000 veranderd. Toen was er meer dan nu een ruimtelijk onderscheid tussen de stad, de omringende dorpen Prinsenbeek, Teteringen, Bavel en Ulvenhout en het nieuwe stadsdeel Haagse Beemden. Achttien jaar later beginnen de losse, perifere delen wat meer aan de stad vast te groeien. Binnen de contouren van de stad is veel lege ruimte, vooral in de spoorzone maar ook in de binnenstad. Op veel plaatsen is de structuur en de programmering verrommeld.

De stedelijke ontwikkeling is in de 21e eeuw diffuser geworden, gebaseerd op vele verschillende functies en soms tegenstrijdige belangen. De overheid is steeds meer teruggetreden als ontwerper van de stad. Marktpartijen nemen de regie over, maar doen dat zelden vanuit een strategie voor de stad als geheel. Opvallend in het kaartbeeld tussen 2000 en 2018 is de geringe toename aan grondgebruik voor wonen en werken (rood) en flinke verschuivingen van bedrijventerreinen en industrie (grijs). De spoorzone loopt leeg en komt vrij voor wonen en werken. De centrumfuncties zijn meer verspreid in de stad komen te liggen, met de woonboulevard aan de Ettensebaan en de doe-het-zelf markten en autodealers langs de Backer en Ruebweg als belangrijke subcentra.

Redelijkerwijs kunnen we verwachten dat de leegte in de spoorzone gevuld gaat worden, daar zijn ambities voor uitgesproken en de eerste plannen zijn gerealiseerd. De Bredase politiek is wat minder duidelijk over waar de dorpen naar de stad kunnen groeien en waar we dat juist niet willen. Aangezien de groeiverwachting voor Breda langer doorzet dan bij het opstellen van de Structuurvisie2030 was voorzien, zullen we keuzes moeten maken waar we die groei faciliteren. Daarnaast is er ook een sterke groene ambitie voor de stad en is er een noodzaak ruimte te creƫren voor klimaat adeptatie. We hebben ons in de Structuurvisie2030 uitgesproken voor een compate stad en er is geen aanleiding dat los te laten. Dat betekent niet dat uitsluitend inbreidingslocaties bespreekbaar zijn als plekken voor groei.

Heb ik je nieuwsgierig gemaakt? Download hier het pdf boekje Breda groene Lobbenstad.