De toekomst van Breda | het Centrum

Breda werkt aan het opstellen van een Omgevingsvisie. Van september tot en met november vorig jaar zijn er Talks of the Town georganiseerd. In vijf bijeenkomsten zijn over evenveel thema’s een keur aan experts aan het woord gekomen. De thema’s waren:

  1. Vitaal en inclusieve stad
  2. De toekomst van het centrum van Breda
  3. Stedelijke systeemtransitie
  4. Stad en omgeving
  5. Stad en de regio

 In een serie blogs geef ik reflectie op wat er voorbij is gekomen. 

Centrum en identiteit

Het is heel aantrekkelijk om voor een beleidsvisie over Breda na te denken over het centrum van de stad. Tegelijk is het een valkuil. Te gemakkelijk worden de centrumfuncties vereenzelvigd met de identiteit van een stad. Dat is natuurlijk niet zo. De Bredanaars maken Breda. Maar als we vinden dat Breda Groen, Gastvrij en Grenzeloos moet zijn of worden, dan hebben we het over hoe de stad zich presenteert aan haar bezoekers. En die komen als eerste op het centrum af.

Het centrum groeit

Er is onduidelijkheid over wat nu precies het centrum van Breda vormt. In dagelijks taalgebruik bedoelen we er de binnenstad mee. Velen beschouwen het eitje, alles binnen de singels als het centrum. In officiële beleidsdocumenten is het centrum groter, ook het station en een deel van Belcrum en Linie horen erbij. De trend is dat het centrum nog verder naar het noorden groeit. Daar ligt ook de potentie voor een nieuw soort Breda: langs de Stationslaan, de wijk Drie Hoefijzers Noord, de Eureka wijk en de Faam, Haveneiland en de Strip, Klavers-Jansen en last but not least het CSM terrein. 

Kansen voor het centrum

Ook in de rest van het centrum van Breda ligt nog heel veel onontgonnen gebied te smachten op (her)ontwikkeling. Denk aan de Gasthuisvelden, Mols Parking en het Koepelcomplex. Dat is voor Breda een enorme kans. Om een beetje focus aan te brengen is gekozen om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te categoriseren. Hans Thoolen noemde de drie R’s: Reuring, Ruis en Rust. Op zich een goede gedachte, het zegt iets over toegankelijkheid en dynamiek. Mijn voorstel zou zijn: vervang Ruis door Rimpeling of Ritme. Ruis heeft in communicatie een negatieve connotatie. 

Een voordracht

Het meest gegrepen werd ik die dag door de vreemde eend in de bijt. Geen Powerpoint met pakkende referentiebeelden, ook geen dynamische spreker, heen en weer sprintend over het podium van de ene naar de andere spitsvondigheid. Niets van dat alles. Verstilling, een voordracht voorgelezen uit een boek, door een man van zekere leeftijd, zittend op een bank. 

Het kasteel van Breda

De oproep van Eloï Koreman om het kasteel van Breda als museum voor ons allen toegankelijk te maken is veel meer dan een door velen gedeelde wens. Het idee doet recht aan de enorme betekenis van kasteelheer graaf Hendrik III van Nassau-Breda. Niet alleen was Hendrik opdrachtgever van de verbouwing van het kasteel tot Renaissance paleis door de Italiaanse architect Tommaso Vincidor da Bologna. Hij liet ook naar Italiaans voorbeeld een paleistuin aanleggen, het huidige Valkenberg. Verder liet hij de Grote Kerk moderniseren en liet het Mastbos aanleggen. 

Museum Hendrik III

Bovendien was graaf Hendrik mecenas voor belangrijke kunstenaars uit de Lage Landen. Volgens kunsthistoricus Hans Belting was de graaf opdrachtgever van De tuin der Lusten van Jheronimus Bosch. Een deel van de kunstverzameling van Hendrik werd na zijn dood naar Spanje overgebracht door zijn weduwe, Mencía de Mendoza. De rest werd in 1568 door Alva geconfisqueerd. Dat zet de beoogde samenwerking van het Museum Hendrik III met het Prado in Madrid even in historisch perspectief. Eloï hield een gloedvol betoog om die confrontatie dan maar aan te gaan. Omdat Breda het verdient. Een druppel wil naar de zee, stelt Koreman. De tuin der Lusten wil terug naar het kasteel van zijn mecenas. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *