Het stadhuis van Klundert

Niet veel mensen zullen bij het binnenrijden van Klundert denken: “Goh, mooi stadje”. Maar dit kleine West-Brabantse plaatsje heeft wel degelijk stadsrechten en een prachtig 17e-eeuws stadhuis.

Niervaert

De geschiedenis van Klundert gaat verder terug dan haar stadhuis. In 1357 werden stadsrechten toegekend aan de heerlijkheid Niervaert. Deze naam betekent letterlijk: (woonplaats gelegen) aan de nieuwe vaart. Dit kanaal was gegraven om scheepvaart mogelijk te houden. Dat was niet alleen nodig voor de afvoer van turf, maar het bevorderde ook de scheepvaart van Holland naar Vlaanderen. Vanwege de aanspraken van Willem van Oranje, heer van Niervaert zijn de stadsrechten overgegaan op de Klundert, waar hij een zaakwaarnemer had wonen. Dat gebeurde ondanks dat locatie en geschiedenis van Klundert niet naadloos aansluiten op het verdrinken van de heerlijkheid in de 15e eeuw. We kennen Niervaert van het gelijknamige mirakel met een hostie, dat volgens de overlevering zou zijn gaan bloeden.

Melchior van Herbach

Het stadhuis van Klundert is in 1620 gebouwd naar ontwerp van de Antwerpense architect en steenhouwer Melchior van Herbach. Het ontwerp heeft kenmerken van de Vlaamse en de Hollandse Renaissance. Van Herbach heeft goed gekeken naar het werk van tijdgenoten zoals de panden aan de Grand Place in Brussel en het stadhuis in Antwerpen van Cornelis Floris de Vriendt. Hij maakte gebruik van de ontwerpen en architectuurtheorie van Hans Vredeman de Vries. Waarschijnlijk kende hij ook het werk van Hendrik de Keyser en Lieven de Key. Deze laatste, uit Gent afkomstige architect maakte zijn bekendste werken in Leiden en Haarlem. Met name de Vleeshal in Haarlem uit 1604 vertoont in opzet overeenkomsten met het stadhuis van Klundert.

De tekening

Wat we zien op de tekening is de voorgevel van het stadhuis, de lange gevel van het gebouw. Deze langsgevel heeft een symmetrische indeling. Het gebouw heeft een stijl hellend, met leien gedekt zadeldak met op beide koppen trapgevels. Het rechthoekig gebouw is opgetrokken in gele en rode baksteen, met natuurstenen vensterkozijnen, plint, banden, blokken en sierstukken. De horizontale banden van gele baksteen en natuursteen worden “speklagen” genoemd en zijn kenmerkend voor de Vlaamse Renaissance.

Boven de ingang, die voorzien is van een bordes met aan weerszijden toegangstrappen, bevindt zich een topgevel die versierd is met klauwstukkenobelisken en een gebroken fronton. Daarop bevindt zich een beeld van Vrouwe Justitia. De opzet van een hoger gelegen entree naar een bel-etage is kenmerkend voor de Hollandse Renaissance. Direct boven de ingang zien we een cartouche met het wapen van Prins Maurits. Maurits van Oranje-Nassau schonk een bedrag van 2000 gulden “vant maecken van een nieuw stadthuys”. Ook toen al waren overschrijdingen van bouwkosten aan de orde: er moest nog eens 3000 gulden bij van Maurits en ook de bewoners van Klundert moesten bijlappen.

Maniërisme

Melchior van Herbach maakte in Breda de entreepoort van de Vleeshal, nu onderdeel van de gevel van café de Boterhal. Waarschijnlijk was hij ook betrokken bij de bouw van het Mauritshuis in Willemstad en het raadhuis van Ooltgensplaat. Sommigen delen van Herbach z’n werken in bij het Antwerpse Maniërisme. Dat vind ik een wat lastige classificering voor architectuur. Het Maniërisme is een stroming in de schilderkunst, een subcategorie van de late Italiaanse Renaissance.  Er zit een historische negatieve connotatie aan, verbonden met decadentie en verval. Gemeenschappelijke factoren in het werk van maniëristen zijn het lenen van bepaalde poses en technieken van de grote voorbeelden Michelangelo en Rafael.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *