De zeven levens van het Grand Theatre

In 1912 kreeg de Bredase architect Frans P. Bilsen zijn eerste belangrijke opdracht: bioscoopondernemer H.W. Lutzke vroeg hem een bioscoop annex theater te ontwerpen. Oorspronkelijk zou het Apollo theater gaan heten. Hij vond daarvoor uiteindelijk een locatie aan het Van Coothplein, op de plek waar in 1917 brouwerij De Twee Hoefijzers z’n poorten sloot. 2 December 1919 vierde Breda de feestelijke opening van theater Olympia. De Bredasche Courant was lovend: “Onze algemene indruk is dat Breda daarmede eene inrichting verkregen heeft, eene groote stad waardig, eene inrichting die zelfs menige wereldstad de hoofdstad der Baronie benijden zal.”

Olympia 1919-1924

Er waren een aantal concessies gedaan in het ontwerp dat uiteindelijk gerealiseerd werd. Zo verdween een van de twee torens en daarmee ook de symmetrie in de gevel. Naar mijn idee is het gebouw er interessanter door geworden. De reden was niet van esthetische maar van financiële aard. Vermoed wordt dat het toen al minder goed ging met Lutzke. Eind april 1924 kan de directie niet meer aan haar betalingsverplichtingen voldoen en gaat het theater failliet.

Grand Theatre

Op vrijdag 9 mei 1924 wordt het theater en de inventaris geveild. Nieuwe eigenaar is de heer Portocarerro uit Den Haag en de exploitatie komt in handen van de heren Rehl en Sips van het Casino theater in de Reigerstraat. In de volksmond heette de bioscoop al het Grand Theatre en die naam wordt nu gevoerd. Over de spelling van de naam is regelmatig verwarring. Soms kom je de vernederlandste versie tegen: Grand Theater. Dat is wat knullig en een gevolg van de taalvernieuwing in de jaren ’70. Maar zelden wordt de juiste Franse spelling gehanteerd: Grand Théâtre. Voor het gemak laten we de accenten weg en gebruiken we het meest gehanteerde Grand Theatre.

Grand Theater, voor de restauratie. Foto: Johan van Gurp, collectie Stadsarchief.

Mevr. Koopal-Waskowsky

Per 1 januari 1967 wordt het exploitatiecontract overgenomen door de heer De Nijs van het Luxor theater. Als deze 2 maanden later komt te overlijden nemen zijn dochter en zijn weduwe de exploitatie over. De laatste, mevrouw Koopal-Waskowsky wordt in 1976 ook eigenaar van het pand. Dat blijft ze, tot de wat ongelukkig gecommuniceerde verkoop in april 2000. Volgens BN/DeStem waren de twintig werknemers woedend omdat ze niet waren ingelicht. En Koopal-Waskowsky gooide olie op het vuur door in eerste instantie te verklaren dat zulks makelaar Meeùs te verwijten viel. In een vervolgartikel laat de makelaar fijntjes weten: ”Wij doen tegenwoordig van alles, maar personeelsmanagement hoort niet tot onze taken.” Als reden voor de sluiting wordt opgevoerd de komst van de megabioscoop in Antwerpen en de vermoedelijke bouw van twee soortgelijke grote bioscopen in Breda.

De branden

In 1966 was er een beperkte brand, aangesticht door een niet zo snuggere inbreker. Hij had geen zaklamp bij zich en zocht zijn weg in het donker door steeds een lucifer af te steken. In de toneeltoren, waar kurkdroge decorstukken hingen die toen nog niet werden geïmpregneerd, daar ging het mis. De schade werd hersteld en er werd meteen een renovatie doorgevoerd, waarbij de theaterfunctie kwam te vervallen. In 1968 ging de verbouwde bioscoop weer open.

De tweede brand was ingrijpender. Het herstel kwam in 1985 met een restauratie die recht doet aan het oorspronkelijke ontwerp. De Bredase architect Frans Oomes won een prijs met dit eerbetoon aan Bilsen. Zowel de Moorse toren als het Art Déco interieur werden in ere hersteld en de toevoegingen uit 1968 verdwenen.

De restauratie van 1985. Foto: Johan van Gurp, collectie Stadsarchief.

Een feestje van korte duur

Na een periode van moeizame exploitatie van de bioscoop koopt Princess eigenaar Aad Ouborg het pand in februari 2007. Hij verandert de bestemming, voor een bioscoop is op deze plek geen toekomst meer. De bouw van de bioscoop aan het Chasséveld met zeven zalen stond al vast en er was sprake van een tweede megabioscoop bij het NAC stadion. Uiteindelijk zou deze vele jaren later in Breepark landen. Oorspronkelijk dacht Ouborg Monumenten Vastgoed nog aan een bioscooprestaurant gecombineerd met chique winkeltjes. Het werd een evenementenlocatie en exploitant Hutten Catering bv brengt grote namen naar Breda. Er wordt stevig verbouwd, waarbij de entreehal z’n oorspronkelijke Art Déco uitstraling houdt en de zalen een meer eigentijdse stijl meekrijgen. De oude naam Grand Theatre komt terug en het krijgt de status van Rijksmonument. Vanaf de opening, april 2011 staan diverse Nederlandse artiesten op het podium die goed passen bij de zakelijke evenementen van Ouborg. Het lijkt een succes.

Het sterrenhuwelijk eindigt in een vechtscheiding. Bij de verbouwing was nagelaten om voorzieningen te treffen voor geluidwering. De buren uit de Dr. van Mierlostraat en ook andere omwonenden klagen steen en been. De gemeente Breda springt in en verbiedt onder een dwangsom om na 22:00 concerten te houden. Hutten begint een rechtszaak tegen de eigenaar, omdat ze niet op de hoogte waren van de bouwkundige gebreken. En de rechter stelt de exploitant in het gelijk: Ouborg moet Hutten volledig schadeloos stellen, inclusief ‘toekomstige schade’. In maart 2014 zoekt Ouborg een nieuwe eigenaar of huurder.

Grand Theatre als evenementenlocatie.

Grand Theatre boekhandel

Het grote voorbeeld om van de voormalige bioscoop een boekhandel te maken staat in Buenos Aires. In de stad van de Argentijnse tango opent in 2000 El Ateneo Grand Splendid. Het is volgens kenners de mooiste boekenwinkel van de wereld en heeft een geschiedenis die vergelijkbaar is met het Grand Theatre. Het opende in 1919 (!) als Grand Splendid Theater en werd tien jaar later een bioscoop. Maar er zijn natuurlijk ook veel verschillen. Een boekenwinkel die zo’n miljoen mensen per jaar trekt is in Breda niet denkbaar. Maar als kleinere broer, zus in dit geval heeft Grietje Braaksma in drie jaar tijd iets heel bijzonders opgebouwd in Breda. Het is niet alleen de boekenwinkel, met veel aandacht voor kinderen. Ook het team dat ze om zich heen heeft gevormd, het caféetje, het terras en de keuken voor lunch dragen bij aan de fijne sfeer. Tel daarbij op de diverse evenementen, van BNR debat, bitterballenborrel tot tango salon en je hebt een prachtig format dat gekoesterd moet worden.

Laten we kijken hoe deze bijzondere plek in Breda een nieuwe start kan maken. Wie helpt er mee?

 

spot on: het Grand Theatre in Breda

Grand Theatre Boekhandel, voorheen bioscoop | 1912-1919 | F.P. Bilsen & Zoon | Rijksmonument

Theater Olympia

Begin 1920 werd theater Olympia aan het van Coothplein in Breda feestelijk geopend. In de volksmond heette de statige Art Déco bioscoop al snel het Grand Theatre. De bioscoop is een ontwerp van Frans Bilsen, de latere huisarchitect van brouwerij De Drie Hoefijzers. Voor de veranda en de toren liet hij zich inspireren door de Moorse bouwkunst van Andalusië en Marokko. Toeval wil dat op de plek waar bioscoopondernemer H.W. Lutzke dit theater annex bioscoop liet bouwen in 1917 brouwerij De Twee Hoefijzers haar poorten definitief sloot.

Personeel van brouwerij De Twee Hoefijzers.

De mooiste boekenwinkel van Nederland

Bezoekers aan het Rijksmonument kunnen nu heerlijk verdwalen in de vele boeken die Grietje Braaksma en haar team aanbieden. Ondertussen genietend van de originele details in de entreehal en het trappenhuis en van de grandeur in de grote zaal en op het balkon. Of je praat even na onder het genot van een lokaal gebrouwen biertje op het gezellige terras. In het ontwerp van architect F.P. Bilsen B.N.A. & zoon uit 1919 is de indeling van het gebouw bijna gelijk aan de huidige situatie. Maar daar zitten een paar ingrijpende renovaties tussen.

Bioscoop annex theater

Oorspronkelijke bestond de bioscoop annex theater uit één grote zaal met podium, kleine ‘toneeltoren’, balkon met loges en op de verdieping een kleine lunchroom. Na een brand in de toneeltoren in 1978 werd de theaterzaal in zijn geheel verwoest. Bij de restauratie in 1986 in opdracht van eigenaresse A. Koopal-Waskowsky verviel de theaterfunctie en is het gebouw verbouwd tot vijf bioscoopzalen. Hierbij is de grote toneelzaal in tweeën gedeeld. Tevens ontstond een tweede ingangspartij in moderne stijl. Architect Frans Oomes kreeg er in 1987 de architectuurprijs welstand voor. De bioscoop kreeg rond de eeuwwisseling last van de concurrentie door videotheken en de DVD. In 2007 werd de bioscoop gesloten.

Evenementenlocatie

Na enkele jaren leegstand kocht ondernemer Aad Ouborg het gebouw en liet het volledig verbouwen. Er is veel aandacht besteed aan alle originele Art Déco interieurelementen, zoals de geglazuurde tegels van “De Poceleyne Fles” en het glas-in-lood daklicht van atelier Bogtman. Voor de teruggebrachte grote zaal met balkon en de kleine zaal boven de entree werd een hedendaagse stijl gekozen. De uitgebouwde zijingang uit de jaren ’80 verdween. Grand Theater kreeg hiermee voor korte tijd haar theaterfunctie terug. Het werd gebruikt als evenementenlocatie voor bedrijfsfeesten, huwelijken, beurzen en congressen. Na vele klachten over geluidlekken naar aangrenzende woningen, een probleem waar tijdens de verbouwing onvoldoende rekening mee was gehouden, sloot het theater weer.

Intussen is het Grand Theatre weer geopend voor het publiek. En hoe! Het rijksmonument heeft nu een prachtige invulling als boekhandel en lunchroom en er worden regelmatig wat kleinere evenementen georganiseerd.

De architect

Architect Frans Bilsen en zijn zoon Piet kennen we van het kantoor van brouwerij De Drie Hoefijzers aan de Ceresstraat.  Architectenbureau F.P. Bilsen & Zoon is bij meer opmerkelijke Bredase gebouwen de ontwerper geweest, en ze hebben veel bestaande gebouwen verbouwd. Voorbeelden zijn Villa Trianon, Boschstraat 5 en 57 (alle drie woonhuizen van de families Smits en Smits van Waesberghe), Nieuwe Boschstraat 4 en 6 en Reigerstraat 22.

Om onduidelijke reden schrijft de Rijksdienst voor de monumentenzorg het Grand Theatre toe aan architect J. Bilsen. Voor zover mij bekend is er geen architect J. Bilsen in Breda geweest in die tijd, en op de bouwtekeningen van theater Olympia staat ook gewoon  F.P. Bilsen & Zoon vermeld. De mysterieuze J. (van) Bilsen doet zelfs  z’n opwachting in de Architectuurgids van Breda. Joosje van Geest heeft hem daarin ook opgevoerd als de architect van De Drie Hoefijzers. Een hardnekkige fout.

spot on: villa Salve Viator

villa Salve Viator | Burgemeester Kerstenslaan 8

1932-’35 | Jan Temme, bouwbureau Korteweg

villa Salve Viator

Inleiding

“Salve Viator”, Latijn voor “Gegroet, reiziger” is oorspronkelijk gebouwd voor W.H.R. Oxenaar, een repatriant uit  Nederlands-Indië. De vrijstaande woning in de stijl van het Functionalisme ligt aan de rand van het Mastbos. De voorgevel kijkt uit op het bos. Om die reden is de erker aan de voorzijde gebouwd.

Omschrijving

De woning met twee en deels drie bouwlagen heeft een samengestelde, voornamelijk rechthoekige plattegrond. De villa heeft platte daken met een fors overstek. Karakteristiek voor Moderne villa’s van voor de Tweede Wereldoorlog is de stapeling van doosvormige volumes, waardoor op de verdiepingen dakterrassen konden worden aangelegd. Daarnaast is de relatie van de binnenruimten met licht en frisse lucht belangrijk in het Functionalisme.  De voorgevel heeft een asymmetrische opbouw, met een half ronde erker en de entree die in de zijgevel is geplaatst. De gevels zijn van witgepleisterde baksteen.

De kleurkeuze voor de daklijsten en muurdekkers in signaal-geel is opmerkelijk. Het lijkt erop dat de primaire kleur geel is gebruikt als een poging de woning bij het gedachtegoed van De Stijl onder te brengen. Er is mij echter geen contact bekend van Temme met de Stijl groep. Uit archieffoto’s lijkt het er wel op dat deze kleur geel origineel is. Als de aanname klopt, dan zou dit het enige Bredase voorbeeld van De Stijl architectuur zijn. Zelfs de drie woningen van Gerrit Rietveld in Breda zijn niet volgens de uitgangspunten van De Stijl ontworpen.

De Stijl

Wat was nu precies De Stijl? Ten eerste was er het tijdschrift: op 16 oktober 1917 kwam de eerste editie van tijdschrift De Stijl uit. Initiatiefnemer was schilder Theo van Doesburg. Daarnaast vormde zich een beweging van kunstenaars uit verschillende disciplines die zich De Stijl groep noemde. Bij oprichting bestond de beweging rond De Stijl behalve uit van Doesburg uit de schilders Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár en architecten Jacobus Johannes Pieter Oud, Robert van ’t Hoff, Jan Wils en dichter A. Kok. Twee jaar later sluit meubelmaker/architect Gerrit Rietveld zich aan.

Hun gemeenschappelijke doel was het ontwikkelen van een nieuw algemeen schoonheidsbesef. Daarvoor diende het subjectieve in de kunst plaats te maken voor het objectieve, en het individuele voor het universele. De nieuwe kunst moest zich in hun ogen concentreren op drie elementaire waarden: ruimte, licht en eenvoudige geometrische vormen. De elementaire waarden werden versterkt door het gebruik van de primaire kleuren plus wit, zwart en grijs. En tenslotte: techniek werd gezien als de belangrijkste factor voor de toekomst. Het werk van de machine geeft een perfectie, een regelmaat waartoe de mens niet in staat is.

De architect

De meest spraakmakende architectencombinatie in het Breda van tussen de twee wereldoorlogen was Korteweg, Verwoerd en Temme. J. Korteweg was directeur van N.V. Bouwbureau Korteweg en F.J.M. Verwoerd en Jan Temme zijn vaste architecten.

spot on: atelier Roland Holst

Vincent van Gogh wandelde er in zijn jonge jaren, schrijfster en politica Henriette Roland Holst verbleef er vele zomers met haar echtgenoot, beeldend kunstenaar Richard Roland Holst. Nog weer wat korter geleden kon je Govert van der Hoeven treffen, de eindredacteur van het NRC. De Oude Buisse Heide, een natuurgebied met een bijzondere historie, dat  samen met Wallsteijn en De Moeren een prachtig wandelgebied bij Zundert vormt.

01697fdd9e729b441e24730ae67f0044d22c025a23

 

Op de Oude Buisse Heide vind je drie gebouwen die onlosmakelijk verbonden zijn met het echtpaar Roland Holst: de HerenkamerAngorahoeve en het Atelier. Het atelier is de meest interessante. Het kleine, rietgedekte atelier is een ontwerp van Margaret Staal-Kropholler in de stijl van de Amsterdamse school, met invloeden van Rudolf Steiner. Het heeft een vliegervormige plattegrond, die aan een zijde is afgeschuind en ronde vormen in het metselwerk. Het grote hoge raam aan de kant van het atelier had oorspronkelijk een roedeverdeling. De vorm is kenmerkend voor de Antroposofie van Steiner. ”t Is lieflijk en landelijk en practisch tegelijk’ aldus Roland Holst. In 2011 is het gebouw kort na restauratie door brand verwoest, maar in 2012 gereconstrueerd en in gebruik als vakantiehuis.

Roland Holst atelier oud

Margaret Staal-Kropholler was de eerste vrouwelijke architect in Nederland, opgeleid aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Ze was de zus van Alexander Kropholler, bekend van vele kerken en het stadhuis van Waalwijk. Ze trouwde met diens voormalig zakelijk partner, architect Jan Frederik Staal. Andere bekende werken van haar zijn villa’s in Park Meerwijk in Bergen en de woningblokken aan de Holendrechtstraat 1-47 in Amsterdam. Wat mij fascineert aan het atelier voor Roland Holst is de eenvoud en verstilling die het ontwerp uitstraalt, ondanks de rijke vormen. Daarmee raakt ze precies de juiste snaar. Op zijn landgoed wilde Richard Roland Holst ’s zomers met zijn vrouw Henriette tot rust komen, gasten ontvangen en nieuwe werken produceren. Daarvoor was een atelier naast de villa nodig.

 

Er is een mooie documentaire gemaakt over de restauratie van het atelier.

 

spot-on : kantoorgebouw De Drie Hoefijzers

Het voormalig kantoorgebouw van brouwerij De Drie Hoefijzers is een topstuk binnen het Industrieel Erfgoed van Breda. Sinds 2011 is het rijksmonument herbestemd tot kantoor voor flexwerkers door Offices for You. Reden genoeg om de spot op dit gebouw te zetten.

ontwerp

Het gebouw is in 1925 ontworpen als bedrijfskantoor met twee inpandige woningen door het Bredase Architectenbureau F.P. Bilsen & Zoon. Architect Frans Bilsen en zijn zoon Piet werkten bij het ontwerp nauw samen met Ir. A.M.J.J. Smits van Waesberghe namens de directie van de brouwerij. Op 17 december 1927 werd het kantoorgebouw feestelijk in gebruik genomen.

architectuur stromingen

In de periode tussen de twee wereldoorlogen ontstonden  vele nieuwe stromingen in de architectuur. Daarbij werden bestaande bouwmaterialen op de proef gesteld en nieuwe materialen als beton en staal maximaal benut. Het gebruik van beton, staal en glas in de architectuur leidde tot Het Nieuwe Bouwen en het Modernisme. In de zoektocht naar vernieuwende toepassingen van metselwerk in de architectuur kwam de Amsterdamse School op. Architecten als Jan van der Mey, Michiel de Klerk, Piet Kramer en Hendrik Wijdeveld ontwierpen gebouwen met wulpse rondingen in baksteen en ramen, veel ornamenten en vrije, assymetrische composities. Het Scheepvaarthuis uit 1916 van Jan van der Mey vormde de start van deze stijl. Vele woongebouwen in Amsterdam Zuid volgden.

Nieuwe Haagse School

Het kantoorgebouw van De Drie Hoefijzers heeft wel overeenkomsten met het Scheepvaarthuis, vooral in het materiaalgebruik van het interieur. Hier kom ik in een volgende blog op terug. Toch wil ik het gebouw niet rekenen tot de Amsterdamse School. Daarvoor is de compositie van de gevel te symmetrisch en de vormentaal te strak en hoekig. Er is vooral veel overeenkomst te vinden met de architectuur van de Nieuwe Haagse School. Dat is verklaarbaar, aangezien architect Frans Bilsen een goede vriend was van Willem Verschoor, een van de vertegenwoordigers van de Haagse School. De bekendste voorbeelden van deze stroming zijn de parkflat Marlot van de Haagse stadsarchitect Co Brandes en kantoorgebouw De Onderlinge van architect Jan Wils. Sommigen rekenen ook het gemeentemuseum van H.P. Berlage tot de Haagse School. Berlage is als stedebouwkundige min of meer contre coeur bepalend geweest voor de Amsterdamse School, zijn architectuur behoorde immers tot het rationalisme.

gevel

In het ontwerp van de gevel valt de balans tussen horizontaliteit en verticaliteit op. De aandacht wordt gevestigd op de entree: door het relief in het metselwerk rondom de deuren, de begeleiding aan weerskanten met lampionnen, de vier verticale vensters er boven en tot slot het ornament op de top van de gevel. Door te springen met de volumes van het gebouw ontstaat een hiërarchie, waarbij de hoeken minder belangrijk zijn gemaakt dan de entreepartij. De diverse versieringen in het metselwerk en de horizontale banden van natuursteen ondersteunen de compositie. De plint van ruw behakte seyeniet zet het gebouw stevig op de grond.

deze blog is eerder gepubliceerd op https://franktoeset.wordpress.com