John Körmeling maakt kunst

John Körmeling maakt kunst. Hij is opgeleid als architect, maar heeft bewust gekozen voor het kunstenaarschap. De kunst van Körmeling wordt gekenmerkt door een kinderlijke eenvoud en door humor, melige humor. John moet er vooral zelf heel hard om lachen. Ik ook. Helaas zijn er ook veel mensen die zijn humor niet begrijpen. Die zeggen dat het T-huis niet past in het Valkenberg. Dat er niet goed over nagedacht is en dat er een meer romantisch theehuis had moeten staan.

Körmeling denkt heel erg goed na over zijn ontwerpen. Niet te lang, maar wel goed. Zo valt ook te lezen in “Een Goed Boek” van zijn hand, min of meer een catalogus van zijn vroege werk. Het T-huis heet zo omdat het is gebouwd met T-profielen. Dat je er ook thee kunt drinken is mooi meegenomen, maar niet strikt noodzakelijk. Vond John wel grappig: een T-huis in het park, als antwoord op de roep naar een idyllisch en dus kitsch theehuis. Zo ontwierp hij ooit een reuzenrad voor auto’s, een kilometerslange pier die de kromming van de aarde negeert en daardoor hoog boven zee uitkomt, de breedste (en kortste) snelweg van Nederland, een parkeerkleed waardoor je altijd een parkeerplek bij je hebt. Zijn mooiste plek van Nederland, Een Gat in een Wolk is inmiddels in België te vinden, in het BUKA. Belgen hebben meer gevoel voor humor dan Nederlanders.

Körmeling laat zich inspireren door het werk van de Russische Avant-garde uit het begin van de vorige eeuw. Architecten als Melnikov en Lubetkin. Hij is lyrisch over Sanatorium Zonnestraal van Duiker, citeert met liefde de details van Mart Stam uit de Van Nelle Fabriek en bouwde voor Park Middelheim in Antwerpen een kunstwerk dat een compositie is met kopieën van het benzinestation van Arne Jacobson bij Kopenhagen. Als de constructie licht is, slim en vernieuwend, dan wordt John enthousiast over een gebouw.

Het Bredase T-huis maakt deel uit van een reeks van huisjes in het oeuvre van Körmeling. Bekend is de Draaiende Doorzonwoning op een rotonde in Tilburg. In Rotterdam zette hij zijn Pioniershuisje op het douanekantoor in Pernis. Jaren geleden schreef ik er een stukje over voor het vakblad Archis. In Leiden maakte hij ook uit T-profielen met veel glas de drijvende kaartverkoop voor de rondvaartboten. En onlangs werd hij nogmaals gevraagd in Tilburg, ditmaal om een brug te ontwerpen over de Piushaven. Hij voegde een brugwachtershuisje toe op de plek van het contragewicht. Als de brug open staat kunnen de brugwachters wat bijverdienen, want dan ligt hun terras op hoogte van de mensen die voor de brug wachten.

 

Zijn Magnus Opus in deze reeks is Happy Street, het Nederlands paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Shanghai uit 2010. De straat is een beloopbare achtbaan en dat betekent in de wereld van Körmeling letterlijk in de vorm van een 8. De gebouwen gaan mee de lucht in en hangen aan de straat. Happy Street is een 3D architectuurcatalogus, uitgewerkt als karikatuur. Je komt er Rietveld tegen en Mart Stam, Mies van der Rohe en Brinkman en van der Vlugt. Het is levendig, er is overal iets anders te doen en de straat is altijd open.

Het onderscheid tussen kunst, architectuur en gebouwen is niet evident, er is geen harde scheidslijn. Soms ontwerpt een architect een kunstobject, zoals de vuurtoren van Aldo Rossi bij het Valkenberg. Soms maakt een kunstenaar, in dit geval striptekenaar Joost Swarte een ontwerp voor architectuur, zoals de Toneelschuur in Haarlem. Soms ook is het een mix, zoals de Hoge Brug van Eloï Koreman. Nu liggen eigenaar en exploitant van het T-huis met elkaar overhoop, omdat ze het niet eens worden of het T-huis kunst is. Het gaat natuurlijk over centen. De gemeente Breda geeft niet thuis, die vindt dat ze geen partij is. Terwijl ze wel aan de wieg hebben gestaan van dit iconische paviljoen. Ook als is het T-huis een gebouwtje met een duidelijke functie en wordt het intensief gebruikt, het blijft primair kunst in de openbare ruimte. Zo is het ontworpen, als een kunstwerk in een reeks. In Tilburg lopen ze weg met Körmeling en Eindhoven was super trots om tijdens de wereldtentoonstelling in Shanghai door hun stadsgenoot, hun kunstenaar te worden vertegenwoordigd. Is de gemeente Breda ook trots op het kunstwerk van deze wereldberoemde kunstenaar/architect in haar Valkenberg?

Breda groene Lobbenstad

Wist je dat de structuur van Breda heel veel kenmerken heeft van een stedebouwkundig model voor een klimaat neutrale stad, een Ecopolis? Dan hebben we het over het Lobbenstadmodel van emeritus hoogleraar stedelijke ontwikkeling Sybrand Tjallingii. OhSevenSix heeft dit theoretische model eens over de plattegrond van Breda heen gelegd en dat levert een aantal interessante ontdekkingen op. Het vertelt ons waar het slim is om in te zetten op Groene corridors. Het vertelt ons ook wat logische plekken zijn voor stedelijke inbreiding en voor uitbreiding van de gebouwde omgeving.

Breda groene Lobbenstad in pdf kunt u gratis downloaden.

We willen onze bevindingen graag delen met Breda en haar inwoners. Daarom hebben we de visie aangeboden aan het nieuwe college van burgemeester en wethouders. En binnenkort, op 10 juli organiseert BLASt een architectuurcafé over de groene stad. Dan geeft Frank Toeset een toelichting.

spot on: villa Salve Viator

villa Salve Viator | Burgemeester Kerstenslaan 8

1932-’35 | Jan Temme, bouwbureau Korteweg

villa Salve Viator

Inleiding

“Salve Viator”, Latijn voor “Gegroet, reiziger” is oorspronkelijk gebouwd voor W.H.R. Oxenaar, een repatriant uit  Nederlands-Indië. De vrijstaande woning in de stijl van het Functionalisme ligt aan de rand van het Mastbos. De voorgevel kijkt uit op het bos. Om die reden is de erker aan de voorzijde gebouwd.

Omschrijving

De woning met twee en deels drie bouwlagen heeft een samengestelde, voornamelijk rechthoekige plattegrond. De villa heeft platte daken met een fors overstek. Karakteristiek voor Moderne villa’s van voor de Tweede Wereldoorlog is de stapeling van doosvormige volumes, waardoor op de verdiepingen dakterrassen konden worden aangelegd. Daarnaast is de relatie van de binnenruimten met licht en frisse lucht belangrijk in het Functionalisme.  De voorgevel heeft een asymmetrische opbouw, met een half ronde erker en de entree die in de zijgevel is geplaatst. De gevels zijn van witgepleisterde baksteen.

De kleurkeuze voor de daklijsten en muurdekkers in signaal-geel is opmerkelijk. Het lijkt erop dat de primaire kleur geel is gebruikt als een poging de woning bij het gedachtegoed van De Stijl onder te brengen. Er is mij echter geen contact bekend van Temme met de Stijl groep. Uit archieffoto’s lijkt het er wel op dat deze kleur geel origineel is. Als de aanname klopt, dan zou dit het enige Bredase voorbeeld van De Stijl architectuur zijn. Zelfs de drie woningen van Gerrit Rietveld in Breda zijn niet volgens de uitgangspunten van De Stijl ontworpen.

De Stijl

Wat was nu precies De Stijl? Ten eerste was er het tijdschrift: op 16 oktober 1917 kwam de eerste editie van tijdschrift De Stijl uit. Initiatiefnemer was schilder Theo van Doesburg. Daarnaast vormde zich een beweging van kunstenaars uit verschillende disciplines die zich De Stijl groep noemde. Bij oprichting bestond de beweging rond De Stijl behalve uit van Doesburg uit de schilders Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár en architecten Jacobus Johannes Pieter Oud, Robert van ’t Hoff, Jan Wils en dichter A. Kok. Twee jaar later sluit meubelmaker/architect Gerrit Rietveld zich aan.

Hun gemeenschappelijke doel was het ontwikkelen van een nieuw algemeen schoonheidsbesef. Daarvoor diende het subjectieve in de kunst plaats te maken voor het objectieve, en het individuele voor het universele. De nieuwe kunst moest zich in hun ogen concentreren op drie elementaire waarden: ruimte, licht en eenvoudige geometrische vormen. De elementaire waarden werden versterkt door het gebruik van de primaire kleuren plus wit, zwart en grijs. En tenslotte: techniek werd gezien als de belangrijkste factor voor de toekomst. Het werk van de machine geeft een perfectie, een regelmaat waartoe de mens niet in staat is.

De architect

De meest spraakmakende architectencombinatie in het Breda van tussen de twee wereldoorlogen was Korteweg, Verwoerd en Temme. J. Korteweg was directeur van N.V. Bouwbureau Korteweg en F.J.M. Verwoerd en Jan Temme zijn vaste architecten.

spot on: atelier Roland Holst

Vincent van Gogh wandelde er in zijn jonge jaren, schrijfster en politica Henriette Roland Holst verbleef er vele zomers met haar echtgenoot, beeldend kunstenaar Richard Roland Holst. Nog weer wat korter geleden kon je Govert van der Hoeven treffen, de eindredacteur van het NRC. De Oude Buisse Heide, een natuurgebied met een bijzondere historie, dat  samen met Wallsteijn en De Moeren een prachtig wandelgebied bij Zundert vormt.

01697fdd9e729b441e24730ae67f0044d22c025a23

 

Op de Oude Buisse Heide vind je drie gebouwen die onlosmakelijk verbonden zijn met het echtpaar Roland Holst: de HerenkamerAngorahoeve en het Atelier. Het atelier is de meest interessante. Het kleine, rietgedekte atelier is een ontwerp van Margaret Staal-Kropholler in de stijl van de Amsterdamse school, met invloeden van Rudolf Steiner. Het heeft een vliegervormige plattegrond, die aan een zijde is afgeschuind en ronde vormen in het metselwerk. Het grote hoge raam aan de kant van het atelier had oorspronkelijk een roedeverdeling. De vorm is kenmerkend voor de Antroposofie van Steiner. ”t Is lieflijk en landelijk en practisch tegelijk’ aldus Roland Holst. In 2011 is het gebouw kort na restauratie door brand verwoest, maar in 2012 gereconstrueerd en in gebruik als vakantiehuis.

Roland Holst atelier oud

Margaret Staal-Kropholler was de eerste vrouwelijke architect in Nederland, opgeleid aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Ze was de zus van Alexander Kropholler, bekend van vele kerken en het stadhuis van Waalwijk. Ze trouwde met diens voormalig zakelijk partner, architect Jan Frederik Staal. Andere bekende werken van haar zijn villa’s in Park Meerwijk in Bergen en de woningblokken aan de Holendrechtstraat 1-47 in Amsterdam. Wat mij fascineert aan het atelier voor Roland Holst is de eenvoud en verstilling die het ontwerp uitstraalt, ondanks de rijke vormen. Daarmee raakt ze precies de juiste snaar. Op zijn landgoed wilde Richard Roland Holst ’s zomers met zijn vrouw Henriette tot rust komen, gasten ontvangen en nieuwe werken produceren. Daarvoor was een atelier naast de villa nodig.

 

Er is een mooie documentaire gemaakt over de restauratie van het atelier.

 

88 dromen

Woensdagavond 23 november was de prijsuitreiking van DroomBreda in een bomvol Podium Bloos. De Tiny Hotels van OhSevenSix zijn als derde geëindigd in de beoordeling van de vakjury. Winnaar werd de BredaParkTrap van Paul Marinus. De tweede plaats was voor het Kids Kunst Museum van Willy van Pruijssen. En de publieksprijs is gegaan naar Ronde Tafel van Koen van Erve en Ben Sprangers. De prijsvraag haalde 88 ideeën op, dromen over een nog mooier Breda. Complimenten aan Stadslab Breda voor dit mooie resultaat.

Meer info: https://www.facebook.com/pg/Bredastadslab/posts/?ref=page_internal