spot on: villa Salve Viator

villa Salve Viator | Burgemeester Kerstenslaan 8

1932-’35 | Jan Temme, bouwbureau Korteweg

villa Salve Viator

Inleiding

“Salve Viator”, Latijn voor “Gegroet, reiziger” is oorspronkelijk gebouwd voor W.H.R. Oxenaar, een repatriant uit  Nederlands-Indië. De vrijstaande woning in de stijl van het Functionalisme ligt aan de rand van het Mastbos. De voorgevel kijkt uit op het bos. Om die reden is de erker aan de voorzijde gebouwd.

Omschrijving

De woning met twee en deels drie bouwlagen heeft een samengestelde, voornamelijk rechthoekige plattegrond. De villa heeft platte daken met een fors overstek. Karakteristiek voor Moderne villa’s van voor de Tweede Wereldoorlog is de stapeling van doosvormige volumes, waardoor op de verdiepingen dakterrassen konden worden aangelegd. Daarnaast is de relatie van de binnenruimten met licht en frisse lucht belangrijk in het Functionalisme.  De voorgevel heeft een asymmetrische opbouw, met een half ronde erker en de entree die in de zijgevel is geplaatst. De gevels zijn van witgepleisterde baksteen.

De kleurkeuze voor de daklijsten en muurdekkers in signaal-geel is opmerkelijk. Het lijkt erop dat de primaire kleur geel is gebruikt als een poging de woning bij het gedachtegoed van De Stijl onder te brengen. Er is mij echter geen contact bekend van Temme met de Stijl groep. Uit archieffoto’s lijkt het er wel op dat deze kleur geel origineel is. Als de aanname klopt, dan zou dit het enige Bredase voorbeeld van De Stijl architectuur zijn. Zelfs de drie woningen van Gerrit Rietveld in Breda zijn niet volgens de uitgangspunten van De Stijl ontworpen.

De Stijl

Wat was nu precies De Stijl? Ten eerste was er het tijdschrift: op 16 oktober 1917 kwam de eerste editie van tijdschrift De Stijl uit. Initiatiefnemer was schilder Theo van Doesburg. Daarnaast vormde zich een beweging van kunstenaars uit verschillende disciplines die zich De Stijl groep noemde. Bij oprichting bestond de beweging rond De Stijl behalve uit van Doesburg uit de schilders Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Vilmos Huszár en architecten Jacobus Johannes Pieter Oud, Robert van ’t Hoff, Jan Wils en dichter A. Kok. Twee jaar later sluit meubelmaker/architect Gerrit Rietveld zich aan.

Hun gemeenschappelijke doel was het ontwikkelen van een nieuw algemeen schoonheidsbesef. Daarvoor diende het subjectieve in de kunst plaats te maken voor het objectieve, en het individuele voor het universele. De nieuwe kunst moest zich in hun ogen concentreren op drie elementaire waarden: ruimte, licht en eenvoudige geometrische vormen. De elementaire waarden werden versterkt door het gebruik van de primaire kleuren plus wit, zwart en grijs. En tenslotte: techniek werd gezien als de belangrijkste factor voor de toekomst. Het werk van de machine geeft een perfectie, een regelmaat waartoe de mens niet in staat is.

De architect

De meest spraakmakende architectencombinatie in het Breda van tussen de twee wereldoorlogen was Korteweg, Verwoerd en Temme. J. Korteweg was directeur van N.V. Bouwbureau Korteweg en F.J.M. Verwoerd en Jan Temme zijn vaste architecten.

spot on: atelier Roland Holst

Vincent van Gogh wandelde er in zijn jonge jaren, schrijfster en politica Henriette Roland Holst verbleef er vele zomers met haar echtgenoot, beeldend kunstenaar Richard Roland Holst. Nog weer wat korter geleden kon je Govert van der Hoeven treffen, de eindredacteur van het NRC. De Oude Buisse Heide, een natuurgebied met een bijzondere historie, dat  samen met Wallsteijn en De Moeren een prachtig wandelgebied bij Zundert vormt.

01697fdd9e729b441e24730ae67f0044d22c025a23

 

Op de Oude Buisse Heide vind je drie gebouwen die onlosmakelijk verbonden zijn met het echtpaar Roland Holst: de HerenkamerAngorahoeve en het Atelier. Het atelier is de meest interessante. Het kleine, rietgedekte atelier is een ontwerp van Margaret Staal-Kropholler in de stijl van de Amsterdamse school, met invloeden van Rudolf Steiner. Het heeft een vliegervormige plattegrond, die aan een zijde is afgeschuind en ronde vormen in het metselwerk. Het grote hoge raam aan de kant van het atelier had oorspronkelijk een roedeverdeling. De vorm is kenmerkend voor de Antroposofie van Steiner. ”t Is lieflijk en landelijk en practisch tegelijk’ aldus Roland Holst. In 2011 is het gebouw kort na restauratie door brand verwoest, maar in 2012 gereconstrueerd en in gebruik als vakantiehuis.

Roland Holst atelier oud

Margaret Staal-Kropholler was de eerste vrouwelijke architect in Nederland, opgeleid aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Ze was de zus van Alexander Kropholler, bekend van vele kerken en het stadhuis van Waalwijk. Ze trouwde met diens voormalig zakelijk partner, architect Jan Frederik Staal. Andere bekende werken van haar zijn villa’s in Park Meerwijk in Bergen en de woningblokken aan de Holendrechtstraat 1-47 in Amsterdam. Wat mij fascineert aan het atelier voor Roland Holst is de eenvoud en verstilling die het ontwerp uitstraalt, ondanks de rijke vormen. Daarmee raakt ze precies de juiste snaar. Op zijn landgoed wilde Richard Roland Holst ’s zomers met zijn vrouw Henriette tot rust komen, gasten ontvangen en nieuwe werken produceren. Daarvoor was een atelier naast de villa nodig.

 

Er is een mooie documentaire gemaakt over de restauratie van het atelier.

 

88 dromen

Woensdagavond 23 november was de prijsuitreiking van DroomBreda in een bomvol Podium Bloos. De Tiny Hotels van OhSevenSix zijn als derde geëindigd in de beoordeling van de vakjury. Winnaar werd de BredaParkTrap van Paul Marinus. De tweede plaats was voor het Kids Kunst Museum van Willy van Pruijssen. En de publieksprijs is gegaan naar Ronde Tafel van Koen van Erve en Ben Sprangers. De prijsvraag haalde 88 ideeën op, dromen over een nog mooier Breda. Complimenten aan Stadslab Breda voor dit mooie resultaat.

Meer info: https://www.facebook.com/pg/Bredastadslab/posts/?ref=page_internal

spot-on : kantoorgebouw De Drie Hoefijzers

Het voormalig kantoorgebouw van brouwerij De Drie Hoefijzers is een topstuk binnen het Industrieel Erfgoed van Breda. Sinds 2011 is het rijksmonument herbestemd tot kantoor voor flexwerkers door Offices for You. Reden genoeg om de spot op dit gebouw te zetten.

ontwerp

Het gebouw is in 1925 ontworpen als bedrijfskantoor met twee inpandige woningen door het Bredase Architectenbureau F.P. Bilsen & Zoon. Architect Frans Bilsen en zijn zoon Piet werkten bij het ontwerp nauw samen met Ir. A.M.J.J. Smits van Waesberghe namens de directie van de brouwerij. Op 17 december 1927 werd het kantoorgebouw feestelijk in gebruik genomen.

architectuur stromingen

In de periode tussen de twee wereldoorlogen ontstonden  vele nieuwe stromingen in de architectuur. Daarbij werden bestaande bouwmaterialen op de proef gesteld en nieuwe materialen als beton en staal maximaal benut. Het gebruik van beton, staal en glas in de architectuur leidde tot Het Nieuwe Bouwen en het Modernisme. In de zoektocht naar vernieuwende toepassingen van metselwerk in de architectuur kwam de Amsterdamse School op. Architecten als Jan van der Mey, Michiel de Klerk, Piet Kramer en Hendrik Wijdeveld ontwierpen gebouwen met wulpse rondingen in baksteen en ramen, veel ornamenten en vrije, assymetrische composities. Het Scheepvaarthuis uit 1916 van Jan van der Mey vormde de start van deze stijl. Vele woongebouwen in Amsterdam Zuid volgden.

Nieuwe Haagse School

Het kantoorgebouw van De Drie Hoefijzers heeft wel overeenkomsten met het Scheepvaarthuis, vooral in het materiaalgebruik van het interieur. Hier kom ik in een volgende blog op terug. Toch wil ik het gebouw niet rekenen tot de Amsterdamse School. Daarvoor is de compositie van de gevel te symmetrisch en de vormentaal te strak en hoekig. Er is vooral veel overeenkomst te vinden met de architectuur van de Nieuwe Haagse School. Dat is verklaarbaar, aangezien architect Frans Bilsen een goede vriend was van Willem Verschoor, een van de vertegenwoordigers van de Haagse School. De bekendste voorbeelden van deze stroming zijn de parkflat Marlot van de Haagse stadsarchitect Co Brandes en kantoorgebouw De Onderlinge van architect Jan Wils. Sommigen rekenen ook het gemeentemuseum van H.P. Berlage tot de Haagse School. Berlage is als stedebouwkundige min of meer contre coeur bepalend geweest voor de Amsterdamse School, zijn architectuur behoorde immers tot het rationalisme.

gevel

In het ontwerp van de gevel valt de balans tussen horizontaliteit en verticaliteit op. De aandacht wordt gevestigd op de entree: door het relief in het metselwerk rondom de deuren, de begeleiding aan weerskanten met lampionnen, de vier verticale vensters er boven en tot slot het ornament op de top van de gevel. Door te springen met de volumes van het gebouw ontstaat een hiërarchie, waarbij de hoeken minder belangrijk zijn gemaakt dan de entreepartij. De diverse versieringen in het metselwerk en de horizontale banden van natuursteen ondersteunen de compositie. De plint van ruw behakte seyeniet zet het gebouw stevig op de grond.

deze blog is eerder gepubliceerd op https://franktoeset.wordpress.com

spot-on: De Rietveld huizen

De woningen aan de Generaal van der Plaatstraat in Breda staan lokaal bekend als “de Rietveld huizen”. Dat is raar. Ze zijn niet door Gerrit Rietveld ontworpen en hebben wat mij betreft ook weinig met zijn architectuur te maken. Dat er ook drie “echte Rietvelds” in Breda staan is minder bekend.

Generaal van de Plaatstraat 1 t/m 9 - architect Frans Mol - Rijksmonumenten
Generaal van de Plaatstraat 1 t/m 9 – architect Frans Mol – Rijksmonumenten

Als we het hebben over een jaren-dertig-woning dan heeft iedereen daar een beeld bij. We denken aan een woning in rode baksteen, een schilddak met zwarte pannen en grote dakoverstekken, glas-in-lood ramen, kamer-en-suite: kortom het Traditionalisme. Maar in de jaren 30 van de vorige eeuw is nog veel meer gebouwd dan dat, ook door Nederlandse architecten. Architecten als Gerrit Rietveld, J.J.P. Oud, Mart Stam en Jan Duiker probeerden het maximale te halen uit de nieuwe bouwmaterialen beton, staal en glas. Ze vormden onderdeel van de internationale voorhoede in de architectuur, verbonden aan het Bauhaus, het CIAM en andere instituten. De verzamelnaam voor de diverse nieuwe stromingen in de architectuur en de stedebouw van de jaren 20 tot de jaren 60 is Het Nieuwe Bouwen.

De woningen van architect Frans Mol kunnen zeker gezien worden als representant van Het Nieuwe Bouwen. Er zijn ramen en deuren met ranke staalprofielen gebruikt, de gevels zijn wit gestuukt, de woningen hebben een plat dak en er is gespeeld met volumes waardoor balkons en erkers ontstaan. Dat zijn kernmerken van Het Nieuwe Bouwen.

Mol huizen - zicht vanaf de Boeimeersingel

Mol huizen - zicht vanaf Julianalaan

Of Rietveld nou de aangewezen architect is om naar te verwijzen, daar heb ik mijn twijfels bij. Rietveld was oorspronkelijk meubelmaker. In zijn architectuur is de functionaliteit van het interieur minstens zo belangrijk als dat van het exterieur. En daar gaat de vergelijking meteen mank. Mol heeft eigenlijk een moderne jas om een traditioneel huis gedrapeerd. In het interieur was destijds weinig moderniteit te ontdekken, niet qua functionaliteit en ook niet in de materiaalkeuzes. Als we alleen af gaan op het exterieur dan zie ik verwantschap met Le Corbusier. Het deconstructivisme van Rietveld vind ik er niet in terug. Maar bovenal is het de architectuur van Mol, die een voor de tijd gewaagd ontwerp heeft gemaakt op een mooie en zichtbare locatie in zijn stad.

Er staan drie woningen in Breda die door Gerrit Rietveld zijn ontworpen. Twee ervan zijn gebouwd begin jaren 30 aan het Montenspark. Zowel de woning Nuyens als de woning Klep zijn op zeker moment verbouwd. Daar is – vind ik althans – niets mis mee. Per slot van rekening is een woning bedoeld om in te wonen. Wonen is een werkwoord, het geeft een activiteit aan. Hoe we over wonen denken verandert per periode en is vooral sterk afhankelijk van de wensen en de gedragingen van de bewoner. Als je van een woning een monument maakt, dan wordt de mogelijkheid om mee te groeien met veranderend gebruik sterk beperkt. Dan wordt een woning al snel een museum, zoals Huis Sonneveld in Rotterdam van de architecten Brinkman en Van der Vlugt. Het is prachtig om op deze plek terug in de tijd te kunnen gaan. Niet elk architectonisch werk van waarde hoeft bevroren te worden om de kwaliteit ervan te behouden. Dat bewijst de interessante uitbreiding aan het Van Gogh museum van de Japanse architect Kisho Kurokawa. Wie de essentie van de ideeën van Gerrit Rietveld wil leren kennen kan het Schröderhuis in Utrecht bezoeken, het Rietveld paviljoen van Museum Kröller-Müller in Otterlo of  de oudbouw van het al genoemde Van Gogh museum in Amsterdam.

Als iemand een uitbreiding maakt aan een woning van monumentale kwaliteit brengt dat een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De uitspraak van Lucebert “Alles van waarde is weerloos” geldt ook voor goede architectuur: het is heel makkelijk kapot te krijgen. Er zijn vele aspecten waarop het mis kan lopen. Het ritme in de bestaande gevel kan verstoord worden door de uitbreiding. Of de keuze van bouwmaterialen sluit niet aan bij het bestaande. Proporties van het gebouw kunnen uit balans raken door de toevoeging. Het ontwerp van de uitbreiding vraagt bovenal om een heldere stellingname: conformeert de uitbreiding zich aan het bestaande of vormt het daarmee een contrast? Het ene is niet per definitie te verkiezen boven het andere. Maar onduidelijkheid op dit punt levert altijd ongelukken op.

De woningen aan het Montenspark zijn zeer interessant voor studenten architectuur. Alle elementen waarop een uitbreiding de oorspronkelijke architectuur kapot kan maken zijn er te ontdekken. De vraag blijft of de architectuur van Rietveld krachtig genoeg is om desondanks overeind te blijven. En of een recente gevelverbetering de schade uit de jaren 70 en daarna voldoende heeft verzacht.

woonhuis Nuyens - architect Gerrit Rietveld - 1932-1933 - Rijksmonument

woonhuis Klep - architect Gerrit Rietveld - 1931-1932 - Rijksmonument

Woonhuis Klep - architect Gerrit Rietveld - Rijksmonument

De derde Rietveld staat een stukje verderop aan de rand van het Mastbos, langs de Overaseweg. Het valt niet erg op, je rijdt er gemakkelijk aan voorbij. Woonhuis Verpaalen uit de jaren 60 is wat verwaarloosd, een triest gezicht. Rietveld heeft de woning niet kunnen afmaken. In 1964, net voor het gereedkomen van de woning overleed hij.

woonhuis Verpaalen - architect Gerrit Rietveld - 1960-1964 - geen status

Waarom spreekt de Bredanaar bij de woningen van Frans Mol aan de Generaal van der Plaatstraat over Rietveld Huizen? Omdat hij maar liever zwijgt over de “echte Rietvelds”?

deze blog is eerder gepubliceerd op https://franktoeset.wordpress.com