Spannende stedebouw

StadsLab presenteerde het boek Spring Breda. Het is een mooie bloemlezing van interviews en redactionele stukken geworden, over de stedelijke ontwikkeling van Breda. Een boek dat discussie oproept. Er staan meerdere oproepen in dat Breda wel wat spannender mag, dat de stedebouw te saai is. Wat is dat dan, spannende stedebouw?

Stedenbouw of stedebouw

De huidige voorkeurspelling schrijft stedenbouw voor, toch hou ik vast aan de oude spelling. De taalkundigen hebben niet begrepen dat een n verschil een geheel andere betekenis geeft aan een beroepsgroep. Met stedenbouw ben je bezig te bouwen aan steden of een stad. Stedebouw komt van het bouwen van een stede, een plek. Een veilige plek, een plek voor mensen om te verblijven. De optelsom van die plekken vormt de stad of het dorp. Het is juist dat oog voor detail en voor de gebruikers wat het verschil maakt.

Typisch Breda

De stedebouwkundige structuur van de stad draagt bij aan haar karakter en herkenbaarheid. Dat geldt niet alleen voor de binnenstad en andere delen waar de openbare ruimte intensief wordt gebruikt. Het geldt ook voor de woonwijken. Opvallend aan Breda is dat er veel grondgebonden rijwoningen staan, uit verschillende perioden. In de jaren ’50 en ’60 zijn veel portiekflats gebouwd, in stroken met groen er tussen. In meer recente wijken, van na 2000 is de jaren-dertig-woning heel populair, vooral als tweekapper. Deze typologieën herhalen zich eindeloos en dan wordt het saai. Werd in de échte jaren ’30 in wijken als Belcrum, Oud Boeimeer en Zandwijk met veel variatie en oog voor detail gebouwd, de kopie jaren-dertig-woning uit deze eeuw is een eenheidsworst.

Wat hebben we nog niet? Opvallend is dat de meest voorkomende typologie in steden bijna ontbreekt in Breda: het gesloten bouwblok. Deze stedebouwkundige structuur is bijvoorbeeld kenmerkend voor Amsterdam in de periode van grofweg 1900 tot 1960. Een gesloten bouwblok is veelal in een keer gebouwd en heeft daarmee eenduidige architectuur en materialen. Het bestaat uit gestapelde woningen, vaak met portiekontsluiting, soms met galerijen. Op de begane grond is ruimte voor buurtwinkels, bedrijfjes of horeca.

Wat aantrekkelijk is aan het gesloten bouwblok is dat de drukte van de stad niet doordringt tot het binnengebied. Daar ontstaat een weldaad van rust met private of gezamenlijke tuinen en balkons. De slaapkamers zitten vaak aan deze kant van het blok. Een bijzondere variant vinden we in Barcelona. De Catelaanse stedebouwkundige Cerdà bedacht dat het slimmer was om de hoeken van de blokken af te snuiten. Daarmee ontstaan kleine pleintjes, waar zich dan de horeca of winkels concentreren. Het levert bovendien beter indeelbare hoekwoningen op.

Wat is spannend?

In de Haagse Beemden is destijds geëxperimenteerd met een heel andere vorm van stedebouw. Geen rechte straten meer, maar patronen die lijken op organisch gegroeide oude steden en dorpen. Er moest meer te beleven zijn en de auto werd de te weren gast op het woonerf. Heeft dit dan een spannend stuk stad opgeleverd? Daar valt wel iets op af te dingen. Door een gebrek aan menging van wonen, werken en winkels is het overdag een dooie bedoeling in de Haagse Beemden.

Spannende stedebouw levert soms een doodse wijk. Het beste voorbeeld is het Chassépark, naar een stedebouwkundig plan van Rem Koolhaas. De totstandkoming van deze wijk zou je terugkijkend als een participatie traject avant le lettre kunnen noemen. De resultaten van een prijsvraag voor het gebied en vooral de voorkeur van de jury lieten de gemoederen hoog oplopen in de stad. Uiteindelijk hebben betrokken burgers afgedwongen dat er een ander plan kwam. Dat is nu gerealiseerd.

Als ik er vanuit mijn vakkennis naar kijk dan is het zeer geslaagd. Maar als inwoner van Breda mis ik de reuring, de mens. Ligt dat dan aan het ontwerp? Deels. Het Chassé Theater was al gebouwd en ligt nu met z’n rug naar het gebied. Een gemiste kans. Er is ook weer uitsluitend woningbouw toegevoegd, geen mix van functies. Maar de dodelijke fout is gemaakt tijdens de bouw van de parkeergarage. Door een onverstandige bezuiniging is het plein, tevens dak van de parkeergarage niet geschikt om grote lasten te dragen. Daarom kan bijvoorbeeld de weekmarkt er niet gehouden worden.

Mooi saai

Hoe dan ook zijn termen als saai/spannend en mooi/lelijk lastig. Het zijn subjectieve waardeoordelen en daar kan je eeuwig over van mening verschillen. Zo wordt in Spring Breda de nieuwbouw langs de Spoorlaan als saai bestempeld. Als je oppervlakkig kijkt dan snap ik dat nog wel voor de woningen van Breda Vooruit. Maar het ontwerp voor Thes (waar vroeger de Albert Heijn zat) en voor 5Track zijn alles behalve saai. Er wordt flink gevarieerd in oriëntatie van de bouwvolumes, in materiaalgebruik en kleur.

We kunnen stedebouw beter beoordelen als we kijken waarmee het ontwerp is opgebouwd. Dan gaat het over beleving, zichtlijnen, dichtheid, bouwhoogte, korrel, ritme, schaal. Een wijze docent van me aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam introduceerde de term “mooi saai”. Daarmee doelde hij op de waarde van ingetogenheid in een ontwerp. Wat mij betreft geldt dat zowel voor Breda CS als voor het nieuwe Gerechtsgebouw.

Best practices

We kunnen altijd leren van wat andere steden al gedaan hebben. Dat hoef je niet te kopieëren, maar je kunt het wel gebruiken als vertrekpunt voor een Bredase variant. Het gesloten bouwblok van Cerdà is een klassiek voorbeeld. Maar dichter bij huis is ook veel te vinden.

Eindhoven heeft laten zien dat een woontoren in het centrum hoogwaardige architectuur kan opleveren met de Vestedatoren. De binnenstad heeft er daarmee ook een oriëntatiepunt bij. Velen zijn lovend over Strijp S en terecht. De kracht zit hem vooral in de mix van functies: werken voor startups en andere pioniers, wonen, cultuur, horeca, winkels en een groot evenementenplein. De rauwe vormgeving van de herbestemde Philips fabrieken maakt het af. Het is oprecht een spannend stuk stad geworden, spannende stedebouw, in alles anders dan wat Eindhoven al had.

In Amsterdam is geëxperimenteerd met het maken van een wijk met een redelijk hoge dichtheid (70 woningen per hectare) en toch weinig hoogbouw. De wijken Borneo en Sporenburg zijn voorbeelden van spannende stedebouw geworden doordat woningtypen van verschillende architecten gemixt in en blok zijn toegepast. De architecten werden sowieso uitgedaagd, omdat de stedebouw en de verkaveling vroeg om geheel nieuwe woningtypen. Een stukje verderop, op het Java-eiland hebben de Duitse architecten Kollhoff en Rapp het gesloten bouwblok opnieuw uitgevonden. Het grote appartementenblok Piraeus oogt wat streng, maar komt op een zonnige dag geheel tot leven. Dan vouwen de bewoners de ramen van hun loggia open en dat levert een heel speels, dynamisch beeld op. Alsof het gebouw ademt.

Prijsvraag en participatie

De bijdrage van Rijksbouwmeester Floris van Alkemade aan Spring Breda getuigt ook van wijsheid. Hij noemt in zijn pleidooi drie instrumenten waarmee Breda wat spannender kan worden. Allereerst benadrukt hij het belang van ontwerpen naar maatschappelijke noodzaak. Architecten en stedebouwkundigen raken deze focus soms kwijt, onder druk van korte termijn economische doelen van hun opdrachtgevers. In een samenleving die vergrijst ligt er een opgave om met nieuwe woonvormen te komen. Ontwerp zo dat ontmoeten vanzelfsprekend wordt.

Hij waarschuwt voor het onbetaalbaar worden van wonen in de stad. “Vernieuwing, kwaliteitsverbetering in de steden zijn nodig. Maar dat wordt een wreed proces wanneer je tegen mensen die in de zwakke posities zitten zegt: het moet hier beter worden en dat kan alleen als jij weggaat. Dat kan niet het uitgangspunt zijn.” De andere twee instrumenten die hij noemt zijn de prijsvraag en een goed begeleid participatietraject. Uit deze drie ingrediënten is een prachtig Bredaas menu voor spannende stedebouw samen te stellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *